Het pretvoer van pubers: een non-stop-kinderpartijtje

Ik sprak met mijn zoon van 17 over het kopen van eten als lunch op school. Nee, niemand neemt meer brood mee naar school. Ze gaan in de pauze naar de Appie en kopen “meuk”, zoals hij dat noemde: kaas- en pizzabroodjes, een hapklaar croissantje, zakken snoep, chips, chocoladebars en energiedrankjes. Misschien af en toe een sapje. Ook geliefd is een zak met in plakjes gesneden stokbrood met een bakje kruidenboter erbij. In de buurt van zijn opleiding zit geen snackfoodtent dus een hamburger en friet zijn voor na school of als je met je vrienden afspreekt in de stad. Maakt niet uit hoe laat, ’s middags, ’s avonds; het is altijd tijd voor kipnuggets of een milkshake. Dit is het doorsnee menu van de doorsnee puber en reken maar dat zij elkaar bij de les houden.

Eerst even dit: de doorsnee puber bestaat niet. Ieder mens eet anders en dus eet ook iedere puber anders. Er zijn pubers die belegde boterhammen eten, pubers die aan de lijn doen, pubers die vergeten te eten, pubers die gezonde (en relatief dure) mozzarella-tomaat-pesto broodjes bij de kantine kopen, enz. Mij gaat het hier om de populaire trend onder pubers, van vmbto tot gymnasium, om snackvoedsel te eten.

Maakt het nu uit dat het snacketen goedkoop is, wilde ik weten? Jazeker: “Hoe goedkoper, hoe chiller.“ Je bent jong, je krijgt zakgeld en je leeft in Luilekkerland. Gesmeerde broodjes van huis zijn niet cool, ze belanden in de prullenbak of je vindt ze als ouder dagen later beschimmeld en geplet onder in een rugzak (die je af en toe eens ongezien omkeert in deze wetenschap). En waarom zou je ook saaie boterhammen eten? Talloze snacks zijn voor een habbekrats te koop en de smaken zijn veel spannender. Lekker vet, zout en zoet. Maar er is iets belangrijker dan de smaken: het is cool dat je je eten koopt in plaats van zelf (ge)maakt (meekrijgt). Het is cool dat je zelf kiest wat je eet. Het is cool dat je zelf je eten kan betalen, want dan doe je mee. Je bent geen kind meer.

De snacklunch van pubers is als een non-stop-kinderpartijtje. Waar komt dit monsterachtige menu vandaan? Misschien hebben wij, ouders, daar zelf de basis voor gelegd – juist ja, met het kinderpartijtje, waar snoep, taart, ijs, chips, pizza, patat, knakworsten en frituur steevast onderdeel van uitmaken. Het is een feestje, dus dan mag het! Op de vele andere gewone dagen moet je met lange tanden groente eten die je niet lust. En je krijgt nog strenge blikken en woorden als straf ook als je je bord niet leeg eet. Hier wordt onbewust, onbedoeld en ongemerkt de eerste scheiding aangeleerd tussen ‘eten-dat-je-moet-eten-omdat-het-gezond-is’ en het speciale ‘verboden’ voedsel dat je graag wil eten, omdat het zo lekker is en des te aantrekkelijker omdat het eigenlijk niet mag. Want het is niet goed voor je. Zegt je moeder.

De commercie wil geen domper op de feestvreugde zetten. Dat is hun taak niet: zij faciliteren de ouders graag met goedkoop feest-eten. Goedkoop, ja, want het kost best een duit, zo’n kinderfeestje. Doe maar een zak met 12 witte fabrieksbolletjes van de supermarkt, een paar blikje knaks erbij en anderhalve liter flessen frisdrank. Broodjes van de ambachtelijke bakker zijn duurder en het smaakverschil is toch niet aan die kids besteed. Best mogelijk dat ze ze zelfs niet eens lekker vinden. Koop nog een mega ‘Fun Mix Pack’ vol kleine chipszakjes, of van die leuke, speciale kleine mini-koekzakjes, voor ieder kind één, dan krijg je geen ruzie en hoef je ze ook niet te leren wat delen is. Blijft de sfeer leuk.

Er zijn zeker ook ouders die er werk van maken en zelf in de keuken gaan staan, maar feest-eten blijft feest-eten, dus is er taart en slagroom, wordt er pizza en worstenbroodjes gemaakt, koekjes gebakken en spiesjes geknutseld waar stiekem een tomaatje en plakje komkommer tussen wordt gefrommeld (die veel kids er weer uitfrommelen). Kortom, het blijft lekker vet, zout en zoet. En daar is ook helemaal niets mis mee voor een feestje; het gaat mis wanneer het elke dag feest wordt.

Laat dat nu precies zijn wat de commercie echt graag ziet: het is elke dag feest in de supermarkt! Verwen jezelf met lekker veel voor lekker weinig. Pak mee dat blikje fris, een zakje snoep, grabbel een reep melkchocolade uit de actiebak. Je verdient het. En de voedingsindustrie maakt het je gemakkelijk door het kant-en-klaar en extra goedkoop aan te bieden. En de pubers met hun zakgeld die voor het eerst van hun leven zelf hun eten gaan kiezen en kopen, vallen als een blok voor het pretvoer. Wat wil je: voor het eerst geen ouders in de buurt die je vertellen wat je niet mag en wel moet. Vrijheid!

Goed bedoelende ouders, niet goedbedoelende commercie – en daar zit je dan als overheid met je handen in het haar, want ergens moet iemand aan de rem trekken. Veel blije pubers zijn helemaal niet zo blij: ze diëten al op jonge leeftijd en ontwikkelen steeds jonger eetproblemen, van anorexia tot mateloos te veel eten van al het lekkers. Volgens cijfers van het RIVM heeft 1 op de 7 kinderen in Nederland overgewicht en daar zal het niet bij blijven, de prognoses zijn zorgwekkend. Iemand moet een koers uitzetten, een ‘yellow brick road’ naar het Gezonde Leven, dus produceert het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu al een paar decennialang beleidsstuk na beleidsstuk vol analyses over hoe de Nederlander eet en aanbevelingen wat er zou moeten verbeteren. Als we nu toch eens met z’n allen de richtlijnen Goede Voeding zouden gaan volgen… maar ja, die groente, he…

Wie kan nog het goede voorbeeld geven? Veel ouders snoepen en snacken zelf als kinderen, kinderen kunnen hun impulsen nog niet beheersen en de overheid kan de commercie geen teugels aanleggen. Dat heet de vrije markt, een economisch model waar moraal geen winst oplevert. Maar feesten wel.

Het monster lijkt niet meer te stoppen. Een monster met een feestmasker op.

Nawoord

Mijn zoon is in opleiding tot zelfstandig werkend kok. Hij kookt met passie, aandacht en finesse; hij bakt en braadt, smoort, pureert, zeeft en fileert. Hij maakt prachtige borden op, kunstwerkjes in vorm, kleur en smaak. Hij leeft in twee eetwerelden en dat is voor hem geen enkel probleem. Terwijl de mousse van zijn dessert in appelvormpjes in de vriezer staat op te stijven, eet hij tijdens het gamen een zak chocolade-pepernoten leeg. Hij experimenteert met het maken van een pistache crumble, bedenkt stoofpeertjes bij een pannacotta, maar besteld even makkelijk om elf uur ’s avonds nog een Domino’s pizza met zijn vrienden.

Voor hem is er niets zo cool als het leren van kooktechnieken waarmee hij zelf uitgelezen culinaire gerechten kan maken, maar dat houdt hij voor zichzelf. Ik denk niet dat zijn vrienden weten hoe uitgelaten vrolijk hij op de fiets zat, terug van IJmuiden, met zijn eerste nog levende kreeft op zijn rug. Thuis haalde hij het traag bewegende dier uit de rugzak, bewonderde de scharen, liet hem kruipen over het aanrecht. Hij noemde hem ‘Patrick’, als was het een huisdier, en stak hem een paar uur later op de juiste plek in het rugschild dood. Met kriebels en een knoop in zijn buik. Hij is nog een kind. De kreeft was duur.

Doe nog maar een schijfje stokbrood met kruidenboter en geef mij er ook maar een, want ook ik eet van twee walletjes. Wie niet? Twee?! Welnee, van allerlei walletjes: goedkoop en duur, snack en gezond, traditioneel Hollands en hip in de mode, binnen- en buitenlandse pot, zelf gekookt en afgehaald, industrieel en ambachtelijk; alles door elkaar heen, wanneer je maar wil: minder zou geen Luilekkerland zijn.

Gezond? Viel daar het woord gezond? Gezond is niet interessant wanneer je jong en gezond bent. Goedkoop, dat is chill. En erbij horen. En over de rest hebben we het (nog even) niet.

Saskia Wolda

Leefstijlkunde | Voeding | Positieve gezondheid | Preventie

Leave a Comment

Your email address will not be published.

fifteen + 4 =

Scroll to Top